Nieuwe wetgeving in aantocht

De huidige regelgeving rond personenvennootschappen is toe aan vernieuwing en uniformiteit. Een wetsvoorstel van minister Dekker, dat nu via internet in consultatie is, moet ervoor zorgen dat ondernemers die gebruik maken van deze vormen ‘flexibeler’ kunnen opereren.

Nederland kent 231.000 personenvennootschappen. Dat zijn de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Volgens minister Dekker (Rechtsbescherming) is de huidige wet sterk verouderd. Nu is het ingewikkeld voor nieuwe vennoten om toe te treden en houdt de vennootschap – zonder nadere afspraak – op te bestaan als een vennoot wil uittreden. Dit bemoeilijkt de mogelijkheden voor een onderneming om te groeien of om het over te dragen. Bovendien is het voor degenen die met een personenvennootschap handelen vaak onduidelijk wie zij voor een schuld kunnen aanspreken en voor hoeveel.

Wat wijziger er?

Als de ‘Wet modernisering personenvennootschappen’ is aangenomen, zullen onder de personenvennootschap nog maar twee ‘laagdrempelige’ rechtsvormen vallen: de vennootschap en de commanditaire vennootschap. De maatschap en de vennootschap onder firma blijven qua naam bestaan, maar de verschillen verdwijnen, bijvoorbeeld bij aansprakelijkheidskwesties. “Waarom zouden maten van een advocatenmaatschap bij een huurschuld slechts voor gelijke delen aansprakelijk zijn en de vennoten van een schildersbedrijf voor het volledige bedrag?” schrijft het Ministerie van Justitie en Veiligheid in een persbericht. “Het past beter bij de tijd als dat gelijk wordt getrokken. Straks zijn de vennoten voor het volledige bedrag aansprakelijk.” Nieuw is ook dat bij een opdracht voor de vennootschap, bijvoorbeeld een juridisch advies, de aansprakelijkheid kan worden beperkt tot de vennoot aan wie de opdracht uitdrukkelijk is toevertrouwd.

Volgens de minister kunnen ondernemers en beroepsbeoefenaren met de personenvennootschap nieuwe stijl flexibeler opereren in het handelsverkeer. Ook wordt duidelijker wat de rechten en plichten van vennoten zijn en wanneer zij aansprakelijk zijn voor schulden. Verder wordt het mogelijk om bijvoorbeeld aanspraak op winst te verpanden. Geldverstrekkers lopen dan minder risico en zullen sneller geneigd zijn financiering te verstrekken.